Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Waar komt chocolade vandaan?
Van de vrucht van de cacaoboom. Zo’n vrucht bevat enkele tientallen bonen die eerst een gistproces ondergaan en dan gedroogd worden. Een dertigtal landen rond de evenaar produceren jaarlijks meer dan 4 miljoen ton cacaobonen. Maar bijna 60% daarvan komt uit twee West-Afrikaanse staten: Ivoorkust en Ghana. De chocolade-industrie is dus zeer afhankelijk van ongeveer 2 miljoen cacaoboeren die in beide landen op hun kleine plantages met hun gezin en met seizoenarbeiders de bonen oogsten.

Cacao en kinderarbeid
Inderdaad. Rond de eeuwwisseling haalde de media chocoladeliefhebbers plots uit hun zoete dromen, niet alleen met verhalen over de eigen kinderen die meewerken op de plantages, maar ook met verhalen over twaalfjarige werkslaven uit Mali of Burkina Faso. De verontwaardiging was groot en sindsdien zijn overheidsinitiatieven en actieplannen van de industrie elkaar opgevolgd. Volgens het rapport A Matter of Taste van de ngo Stop the Traffik (2017) met zeer wisselend succes. Zij vergeleken de grootste zes chocoladebedrijven op elf criteria, onder meer de aanwezigheid van een monitoringsysteem rond kinderarbeid en investeringen in lokale gemeenschappen. Ook het gezaghebbende opvolgingsrapport van de Tulane Universiteit is heel duidelijk: een aantal projecten zijn misschien wel zinvol, maar het doel om in 2020 de ergste vormen van kinderarbeid met 70% terug te dringen, is verder weg dan ooit. Om het probleem – we hebben het wel degelijk over 2 miljoen kinderen! – echt aan te pakken, moet de hoofdoorzaak aangepakt worden: de bittere armoede onder de cacaoboeren.

Wat is de link tussen armoede en kinderarbeid?
Daarvoor is een inkijk in de hele keten nodig. Want de boer is maar een kleine schakel helemaal aan het begin. Zijn cacao wordt opgekocht door lokale opkopers, die de bonen in juten zakken exportklaar maken. Tenzij er nog speculanten in het spel zijn – die de cacao puur voor een percentje winstmarge op de schommelende prijzen kopen en verkopen – gaan de bonen via cacaoverwerkende bedrijven naar chocolademakende bedrijven. Wat meteen opvalt is de extreme concentratie: in de eerste categorie gaat het wereldwijd om drie giganten (Cargill, OLAM en Barry Callebaut), in de tweede categorie om vijf (Mars, Mondelez, Nestlé, Hershey en Ferrero). De eersten staan in voor het complexe proces van roosteren, fijnmalen, mengen en persen van de bonen en leveren de liquide dekchocolade waarmee chocolatiers aan de slag gaan.
In een sector waarin jaarlijks 130 miljard dollar omgaat, gaat amper 6,6% van de inkomsten naar de boeren. 7,6% naar de cacaoverwerkers, 35,2% naar de chocolademakers en 44,2% naar de retail (VOICE, 2015). Een studie in opdracht van Barry Callebaut en het Franse Ontwikkelingsagentschap FDA kwam voor een Ivoriaanse boer uit op een gemiddeld daginkomen van 91 dollarcent (het onderzoek liep van 2013 tot 2015). Dat is een eind onder alle armoedegrenzen. Te vrezen valt dat deze cijfers door sterke prijsdaling van de voorbije twee jaar voor de boeren nog veel pijnlijker geworden zijn.

De wereldmarktprijs voor cacao is de dieperik ingedoken. Van een $3000 voor een ton cacao ging het in enkele maanden tijd naar amper $1900 in februari 2017. Omwille van gunstige weersomstandigheden in West-Afrika lag de oogst van 2016 een flink stuk hoger, waardoor het aanbod groter was dan de vraag. Ook 2017 was een goed oogstjaar en vandaag (eind augustus 2018) blijft de prijs hangen op $2100.

Wat is het gevolg van deze  lage cacaoprijzen voor de boeren?
Nog meer ellende. Zowel Ivoorkust als Ghana hebben grote overheidsinstellingen die hen een minimumprijs garanderen. Toen in maart 2017 de oogst van start ging, kondigde Ivoorkust meteen aan dat het gedwongen was die minimumprijs voor de boeren met 30% te laten zakken. Ghana liet wat langer de staatskas buffer spelen, maar moest tal van projecten on hold zetten. Voor het nieuwe seizoen hebben beide landen de intentie uitgesproken om dezelfde minimumprijs te hanteren om smokkel tegen te gaan. Maar dat de boeren de voornaamste slachtoffers zijn is duidelijk.

Wie of wat zijn certificeringsschema’s?
Dit zijn onafhankelijke organisaties die een label hebben uitgewerkt dat op de verpakking van een reep chocolade kan staan, op voorwaarde dat aan een reeks sociale en ecologische criteria is voldaan.
Het Fairtradecertificaat is het oudste en ongetwijfeld het gekendste. Het blauw-groene logo op de reep garandeert dat naast de cacao ook andere ingrediënten zoals suiker, noten of vanille eerlijk verhandeld zijn. Het zijn coöperaties van boeren die gecertificeerd worden om Fairtradecacao te leveren aan hun klanten. Die betalen behalve een minimumprijs ook een extra Fairtradepremie ($200/ton). Een tweede mogelijkheid is te werken met een Fairtrade Sourcing Program. Een bedrijf koopt een hoeveelheid cacao onder Fairtradevoorwaarden, maar het is niet noodzakelijk die cacao die in jouw reep zit.
Dit mass balance systeem wordt ook gehanteerd door de veel jongere organisaties Rainforest Alliance en Utz. De eerste is een Amerikaanse ngo die gestart is vanuit de bescherming van milieu en biodiversiteit. Later kwam daar de certificering van duurzaam geteelde producten bij. De tweede is een Nederlands-Belgisch initiatief uit de koffiesector. Utz nam sinds 2002 een hoge vlucht en maakte ook de overstap naar cacao. Beide hanteren geen minimumprijs zoals Fairtrade International wel doet. Utz en Rainforest Alliance gaan in 2019 fuseren.

Wat doet de industrie?
De sector is zich wel degelijk bewust van het feit dat de huidige situatie onhoudbaar is. Op de Wereld Cacao Conferentie in Berlijn in april 2018 stelden zowel overheden, industrie als ngo’s klaar en duidelijk dat de cacaosector van koers moet veranderen. “Business as usual is no longer an option”, stelde Jean-Marc Anga, directeur van ICCO (International Cocoa Organization).
Alle bedrijven hebben al enkele jaren actieplannen lopen die tot een duurzame cacaoproductie moeten leiden. Mars was de eerste om 100% duurzame chocolade te beloven tegen 2020. Ferrero en Hershey volgden later, Barry Callebaut spreekt over 2025 en Nestlé, Mondelez en Cargill plakken er geen datum op. Allemaal publiceren ze regelmatig opvolgingsrapporten met daarin hun percentage ‘duurzaam aangekochte cacao’.
Wat wel verschilt is de strategie waarmee ze hun doelen denken te bereiken. Sommige werken samen met externe, onafhankelijke certificeringsschema’s, andere focussen zich op eigen projecten op het terrein.

Ferrero, Hershey en Mars kozen ervoor om samen te werken met een van deze duurzame certificeringen, in combinatie met eigen projecten op het terrein, zoals scholing voor cacaoboeren rond betere teelttechnieken. Volgens hun meest recente voortgangsrapporten zitten ze alle drie momenteel aan meer dan 50% duurzame cacao-aankopen en tienduizenden boeren die deelnamen aan trainingsprogramma’s.
Op de verpakking van een reep Côte d’Or pronkt intussen een groene bol met de tekst Cocoa Life. Dit is de naam van het eigen duurzaamheidsprogramma van Mondelez International, waartoe ook Côte d’Or behoort. Zij werken wel samen met Fairtrade International, maar zonder het Fairtradelogo te gebruiken. De boeren krijgen niet de gegarandeerde Fairtrade minimumprijs, maar wel premies vergelijkbaar met de Fairtradepremie. Mondelez investeert in trainingen voor boeren en lokale ontwikkelingsprojecten.
Ook Nestlé heeft sinds 2009 zijn eigen ambitieuze Nestlé Cocoa Plan, eveneens een combinatie van samenwerking met certificeerders (hoofdzakelijk Utz) en het geven van trainingen aan boeren.

Veranderen de duurzaamheidsinitiatieven iets aan de problemen?
Neen, concludeert VOICE, een coalitie van ngo’s die regelmatig een Cacaobarometer publiceert. Als al deze plannen aan dit gezapige tempo verdergaan, dan duurt het nog tientallen jaren voor simpele basismensenrechten worden gerespecteerd. Het is zelfs nog schrijnender: de boer heeft de dalende wereldmarktprijs van het afgelopen jaar meteen gevoeld, maar de consument heeft daar niets van gemerkt. Met andere woorden, in de keten is er flink meer winst gemaakt. Een onthutsende waarheid die simpel uit jaarverslagen valt af te lezen.
Volgens VOICE zit er gewoon een constructiefout in het systeem. De focus van de vele bedrijfsplannen ligt op productieverhoging. Het inkomensprobleem van de boer moet volgens de industrie aangepakt worden door een hogere productie. De boer krijgt daarvoor scholing, wordt aangeraden over te schakelen op meer productieve cacaosoorten, enz… Maar blijf je binnen een vrijemarktlogica, dan zal hierdoor het evenwicht tussen vraag en aanbod nog groter worden. Gevolg: nog lagere prijzen voor de boeren. Conclusie: het is tijd om taboes te doorbreken en een leefbaar inkomen voor de boer als een Key Performance Indicator voor de sector te hanteren. Dat kan door een bodemprijs in te stellen – zoals een aantal kleinere chocoladebedrijven al doen – of door een flexibel premiesysteem toe te passen.

Wat is een leefbaar inkomen?
Een recente studie van True Price in opdracht van Fairtrade International (gebaseerd op data van 2016) kwam nog maar eens tot onthutsende vaststellingen. 3200 boeren uit 23 Ivoriaanse coöperaties bleken een gemiddeld inkomen te hebben van $0,78 per dag, ver onder elke armoededrempel. De studie deed voor het eerst ook een poging om een ‘leefbaar inkomen’ te berekenen. Daarin zijn inbegrepen: de basiskosten voor voeding, wonen, kleding, gezondheid en transport, plus een beperkt budget voor telecommunicatie en onderwijs voor de kinderen. De studie kwam voor ruraal Ivoorkust uit op $2,51 per dag. Meer dan drie keer meer dan de actuele situatie. Slechts 7% van de boeren haalt dat cijfer.

Moet de politiek in actie komen?
Volgens VOICE alvast wel. De industrie heeft de voorbije jaren bewezen dat ze als sector de problematiek niet ten gronde wil of kan aanpakken. Alleen wetgeving kan chocolade duurzaam maken, stelt VOICE, op basis van de bescherming van mensenrechten binnen de toeleveringsketen (HRDD, Human Rights Due Diligence). Frankrijk heeft onlangs een wet aangenomen die bedrijven juridisch verantwoordelijk maakt voor de gevolgen van hun activiteiten in de hele productie- en toeleveringsketen
Ook Zwitserland, Duitsland en Nederland hebben al nationale platformen waar overheid, chocoladesector en ngo’s samen bekijken welke stappen ze kunnen zetten om het inkomen van de cacaoboeren, hun productiviteit en de traceerbaarheid van de toeleveringsketen de te verbeteren..

Wat is de rol van de consument?
Hoe beperkt de impact van ‘duurzame’ cacao momenteel ook is op de situatie van de boer, de consument kan de industrie verder in duurzame richting dwingen. In België bijvoorbeeld bedraagt het marktaandeel van Fairtradecacao amper 1%.

Is er een link tussen ontbossing en cacao?
Sinds de jaren 60 is de cacaoproductie verviervoudigd en is de omvang van het West-Afrikaanse regenwoud met 90% afgenomen. Een verband is er dus zeker. Wanneer bomen niet meer productief waren, werden nieuwe stukken bos gekapt om nieuwe bomen te planten. Daarom moeten nationale overheden en industrie maatregelen nemen om dit proces te stoppen. Link ontbossing.

Wat betekent bean-to-bar?
Vandaag zijn er steeds meer chocolatiers die zich afzetten tegen het industriële proces dat het maken van chocolade is geworden. Wat zij doen is het hele proces zelf in handen nemen. Hun grondstof is niet de dekchocolade die in liquide vorm uit de fabriek wordt aangevoerd, maar wel de cacaobonen die ze selecteren in het zuiden. Deze steeds groter wordende groep van bean-to-barchocolatiers kiest resoluut voor kwaliteit in plaats van massaproductie en trekt de wereld rond op zoek naar hoogwaardige bonen met bijzondere smaken. Meestal resulteert dat in een goede band met de boeren en een betere verloning voor hun harde labeur. De meest bekende vertegenwoordigers in België zijn Pierre Marcolini en Dominique Persoone.

Brugge lanceert zijn eigen eerlijk chocolademerk
Sjokla is de ‘stadschocolade’ van  Brugge. De stad nam het initiatief om samen met de Gilde van Brugse chocolatiers een Fairtradegecertificeerde reep chocolade te realiseren. Op deze manier toont de stad tegelijk haar respect voor het ambacht van de cacaoboer in het Zuiden en voor de lokale chocolatiers. Sjokla kadert in de ambitie van stad Brugge om Fair Trade Chocolade Stad te worden. Het project lokte elders heel wat interesse, onder andere uit de provincie Luxemburg die  recent FairTradeProvincie werd.
 

Bronnen

Zie ook onze eerdere artikels over deze problematiek: Van boon tot reep
Steeds meer Belgische chocolatiers gaan bean-to-bar (2018), Hoe duurzaam is cacao vandaag? Over ambitieuze programma’s in tijden van dalende prijzen. (2017) en Gezocht: een wereldwijde standaard voor ‘duurzame’ cacao. Stand van zaken rond het CEN/ISO proces (2015). Beide artikels kan je downloaden op www.befair.be.

In volgorde van verschijnen in de tekst:
Stop the Traffik, A Matter of Taste. How chocolate companies and certifiers are currently striving to combat child labour and human trafficking on cocoa farms in Côte d’Ivoire and Ghana, maart 2017, www.stopthetraffik.com.au/chocreport.
Survey Research on Child Labor in West African Cocoa Growing Areas, Tulane University, 2015, www.childlaborcocoa.org.
VOICE, Looking for a Living Income, Cacaobarometer 2015, www.cocoabarometer.org.
ICCO (International Cocoa Organisation), www.icco.org.
AFD, Cocoa farmers’ agricultural practices and livelihoods in Côte d’Ivoire, Notes techniques n°24, februari 2017.
VOICE, Cacaobarometer 2018, www.cacaobarometer.org.
Cocoa Farmer Income. The household income of cocoa farmers in Côte d’Ivoire and strategies for improvement, True Price in opdracht van Fairtrade International, 2018.